Koordirigent

Education is not about filling a bucket but about lighting a fire

W.B.Yeats

Een heel belangrijk onderdeel van mijn carrière was dat als koordirigent. Het begon in de Academie van Knokke-Heist.


Rondinella

Daar had ik in 1978 onder impuls van de directeur Jacques Maertens, het jeugdkoor Rondinella helpen oprichten. Dhr. Maertens – grote bezieler van de liefde voor de Muziek in het algemeen en voor de Stem in het bijzonder – was een rasmentor die sterk in mij geloofde en die kansen creëerde die aan de basis zouden liggen van mijn professionele carrière. Ik blijf er hem dankbaar voor.

Rondinella in de beginjaren.

In juni 1982 nam ik vrijwillig ontslag bij de Muziekacademie. Dit omdat ik vanaf september 1981 ook een aantal uren solfège (later AMV, nu MCV) in het Conservatorium te Brugge had opgenomen en deze uren open werden verklaard, d.w.z. dat ik vast benoemd zou kunnen worden. Naast AMV kwam ook de cursus Samenzang onder mijn hoede. Samenzang was in die tijd een vrij in te richten vak, later (in 1990) werd het een verplicht onderdeel voor alle leerlingen AMV.

Een opname uit 1978. Rondinella met “Hoe zaait de boer”.

Rondinella groeide na mijn vertrek uit Knokke o.l.v. Jacques (en vanaf 1998 Rudy Van Der Cruyssen) uit tot een gerenommeerd en succesvol koor dat talrijke concerten gaf in binnen- en buitenland.


Discantus

1. Voorgeschiedenis…

Een naamloos kinderkoor waar ook grotere ‘kinderen’ in zongen.

Daar er aan het Conservatorium van Brugge bij mijn aanstelling geen koor was verbonden – nogal ongewoon in een stad waar een aantal bekende koren floreerden – stond de toenmalige directeur Willy Carron toe dat ik “in de schoot van de school” uit de klassen waaraan ik les gaf, leerlingen rekruteerde voor een kinderkoor. Dit koor zou los staan van de school maar het mocht voor de repetities gratis gebruik maken van de Orgelzaal. Aldus werd een schooljaar later (op 1 september 1982) een kinderkoor opgericht. De repetities gingen door op zaterdagmorgen van 10.00 tot 12.00 uur. Daarbij was er in die tijd noch sprake van een specifieke naam, noch van een bestuur. Het was gewoon de start van een muzikaal avontuur waaraan een 35-tal jongeren vol enthousiasme deelnamen. 

2. De start.

We traden voor het eerst officieel naar buiten op de leerlingen-auditie van 8 mei 1983 en de reacties waren enorm bemoedigend. Ik citeer de toenmalige inspecteur-muziek Antoon Defoort:

Ik houd er aan u heel hartelijk te feliciteren met het initiatief om (eindelijk)1ste, een kinderkoor in ’t conservatorium te beginnen en 2de, het bekomen resultaat na amper enkele maanden werken 

Of dit citaat uit het Brugsch Handelsblad van 13 mei 1983:

Een soort verrassing kwam dan als slot met het optreden van het kinderkoor Discantus. Dit conservatoriumkoor (…) wordt iets bijzonders. (…) Hier wordt gemusiceerd vanuit de kinderlijke leefwereld en met een bijzondere schroom voor de gevoelige haast onbeschreven muzikale kinderzieltjes en kinderstemmetjes. Nu reeds een luid bravo: indien in het zelfde tempo wordt verder gewerkt garandeert dit nog mooie uren!

Dit kon tellen als start!

De lovende woorden en positieve reacties van zowel pers als publiek en het enthousiasme van de koorleden en natuurlijk ook de ouders, gaven ons vleugels.

De ervaring te Knokke had me geleerd dat een koor meer is dan een groep zingende individuen: het is vooral ook een “gebeuren” met een intens en complex sociaal weefsel. Het Knokse Rondinella had een bestuur waarin ook een dame – mevrouw Robinson – zetelde. Die behartigde vooral die zaken waarvoor een toen 27-jarige jongeman nog niet echt de nodige vaardigheden bezat. Hoe ga je namelijk om met vragen als: “Welke sokken voor vanavond?”, “Hoe lang mag het haar zijn?” of “Mijn schoenen zijn vuil“. Maar ook: “Ik vergat iets dat ik niet goed aan u durf zeggen… zouden ze dat hier hebben?“.

In die tijd had ik tijdens het bezoek aan een concertreeks in “Het Leerhuys”, mevrouw Josephine De Poot-Allosery leren kennen. Ze had vroeger zelf zangles gevolgd aan het Conservatorium en wist dus als geen ander wat zingen inhield. Ze stond niet afwijzend tegenover de vraag om – net zoals mevrouw Robinson te Knokke – “Koormeter” te worden en kwam daarom op een zaterdagmorgen poolshoogte nemen.

Mevrouw De Poot was, zoals de meeste oud-koorleden wellicht nog goed weten, vanaf toen nagenoeg op elke repetitie aanwezig. Ze hield gelukkig niet alleen discreet de discipline in het oog, maar zorgde ook op geregelde tijdsstippen voor extra sfeer door o.a. met Sinterklaas, Kerst of Pasen, grote “Manden-Vol-Lekkers” – letterlijk – binnen te sleuren. Het was ook zij die uiteindelijk de naam Discantus (in de dertiende eeuw de benaming voor een hogere tegenstem) koos voor het kinderkoor. Inderdaad, kinderkoor, want op enkele uitzonderingen na waren het allemaal heel jonge zangertjes.

3. Negentiendrieëntachtig…

Een maand na ons eerste optreden, om precies te zijn op 26 juni 1983, werkten we reeds mee aan het eindexamen Lyrische Kunst. Deze cursus verwierf – onder leiding van Georgette Cooleman – een zeer grote reputatie. Discantus werd gevraagd om deze reputatie nog sterker te maken en alle koorleden zetten zich vol enthousiasme in om “Schoolmeester” John Dur voor zijn eindexamen de nodige tegenspelers te bezorgen. Inge Coudenys speelde met verve het “stoute jongetje” en John behaalde blijkbaar met evenveel verve zijn diploma, want hij mocht de voorstelling – samen met Discantus – nog eens overdoen op de jaarlijkse prijsuitreiking die op 4 december van hetzelfde jaar plaatsvond in de Stadsschouwburg.  

John Dur, Inge en Discantus op de scene van de Stadschouwburg te Brugge

Volgend citaat uit het Brugsch Handelsblad van 9 december 1983 illustreert dit mooi:

“Het slot van de avond hield een primeur in: de eerste medewerking aan een prijsuitreiking van het kinderkoor Discantus (leiding Luc Goethals) in de “Schulmeistercantate” van Telemann, voor deze gelegenheid als mini-opera op de planken gebracht door de cursus van lyrische kunsten. John Dur zong en speelde de solopartij en kreeg een zeer gevatte repliek (…) Hij hield daarbij stevig voeling met het kinderkoor dat zich zeer knap van zijn muzikale en scenische taak kweet (…)”

4. Een buitenlands koor op bezoek.

Discantus kreeg blijkbaar snel bekendheid. Zo werden we in het voorjaar van 1984 aangezocht door dhr. Töpper, een Hongaarse Bruggeling. Hij stelde de uitwisseling voor met een koor uit Miskolc (Hongarije). Wij gingen er een beetje schoorvoetend op in. Ondertussen manifesteerde Discantus zich – op uitdrukkelijke vraag van de leden – naar buiten toe niet meer als kinder- maar wel als Jeugdkoor.

Op 1 april 1984 kwam het koor “Foldes Ferenc” te Brugge aan. Het was een gemengd jongerenkoor. Ze verbleven bij ons tot en met vrijdag 6 april. Op het programma stond o.a. een bezoek aan de haven van Zeebrugge (!), een verbroederingsfeest en op 4 april een concert in het toenmalig Concertgebouw in de Sint-Jakobsstraat. Voor ons was hun optreden een enorm leerrijke ervaring, temeer daar het koor semi-professionele allures had. Zo zongen ze bv. een vierstemmig stuk waarbij alle stemgroepen gewoon door elkaar stonden wat een zeer speciale koorklank deed ontstaan. Ook brachten ze op een indrukwekkende wijze het door ons vooraf toegestuurde “Pierlala”. Wij leerden dat er afwisseling in het programma kon worden gebracht door bv. ook leden van het koor te laten optreden die een instrument konden bespelen.

Foldes Ferenc o.l.v. Juhàsz Tibor

We hadden nog maar pas de uitlaatgassen van de vertrekkende Hongaarse bus uit ons haar gewassen of er kwam al een aanvraag binnen voor een optreden tijdens het Internationaal Beiaardfestival

Dit had plaats op 26 augustus 1984 en men wou een primeur in de vorm van samenzang van het koor op de binnenkoer van de Halletoren met de beiaard, 84 meter hoger. Het was het huldeconcert van en voor Eugeen Uten die dat jaar op rust ging. Er werden twee stukken met koorzang geprogrammeerd: “Dan mocht de beiaard spelen” van P. Benoit en een huldelied op tekst van Eugeen Uten door mezelf op muziek gezet:

“Ik bevocht geen loze schurken, redde ook geen eed’le maagd, ken geen kromgezwaarde turken want die tijd is lang vervaagd, ben nog nooit, nog nooit ten strijd getrokken want ik houd niet van geweld: mijn soldaten dat zijn klokken, zevnenveertig welgeteld, mijn soldaten dat zijn klokken, zevnenveertig welgeteld”.

De partituur is vrij te downloaden. Copyright en auteursrecht: Luc Goethals.

Ook het “Auld lang syne” waarmee Eugeen steevast elk concert afsloot, werd – aangetrokken door Discantus – met volle kelen meegezongen door de toeschouwers. Een paar dagen later stond er opnieuw een recensie in het Brugsch Handelsblad die er niet om loog: 

“Het is helemaal niet gebruikelijk dat een beiaardconcert wordt gerecenseerd. Voor eenmaal, en dit n.a.v. het afscheid van Eugeen Uten aan zijn beiaard, willen wij hierop een uitzondering maken. (…) Dit duo was trouwens niet het enige “evenement” van dit slotconcert. Het jeugdkoor Discantus, geleid door Luc Goethals, droeg eveneens zijn steentje bij om van dit gebeuren iets speciaals te maken (…)”.

Vier maanden later organiseerden we op zaterdag 22 december 1984 in de Begijnhofkerk ons eerste eigen kerstconcert. Het werd een enige ervaring, ondermeer doordat – zo staat het ook nog op de toegangskaartjes – de poort van het Begijnhof stipt om 20.00 uur werd gesloten. Niemand mocht nog binnen of buiten en we brachten aldus in een sfeer van uiterste contemplatie, ver van alle wereldse geweld, het Kerstverhaal. Dit stak in een gloednieuw kleedje (tekstbewerking door Désirée De Poot, dochter van…) en werd ook instrumentaal opgeluisterd.

Kerstconcert Begijnhof 22 december 1984 : “Maria Wit Als Morgenrijm”

Ik heb een warme herinnering aan dé “Stille Nacht” door Martje Vande Ginste schitterend begeleid op het cymbalon in een aan weemoed grenzende bewerking van haar vader Jacques.

Kerstconcert Begijnhof 22 december 1984 : “Stille Nacht” door Martje Vande Ginste

Ik herinner mij eveneens de opmerking van een oudere dame die mij na het concert aansprak: 

“U dirigeert met handen als van een engel uit de schilderijen van Van Eyck”.

Het optreden werd blijkbaar “getypeerd door een minutieuze zorg voor afwerking en zuiverheid” en dat komt ècht niet van mij!

5. Het eerste grote succes.

Het koor evolueerde ongemeen gunstig: op 20 januari 1985 hielpen we bij de creatie van “Het jongetje met het Hocus Pocus woord” in de Stadsschouwburg van Brugge. De opvoering van deze jeugdopera van W. Carron viel nochtans midden in onze voorbereidingen op de schiftingsproeven van het derde Nausikaä-koorfestival te Etterbeek (Brussel) waarvoor we op zaterdag 9 februari naar de campus van de VUB reden. We zongen er om 17:00 uur in de Aula voor een jury bestaande uit Vic Nees, Erik Van Nevel, Juliaan Wilmots, Lou Van Cleynenbreugel en Antoon Defoort. Van de 33 ingeschreven koren mochten er 13 naar de finale: Discantus was er als enige West-Vlaams koor bij!

Optreden van Discantus tijdens het Nausikaä-koorfestival te Brussel

Tijdens de finale op zondag 10 maart 1985 verdedigden we ons met het volgende programma: “Bibitores” (Martini) – “Bij de bron” (Hongaars Volkslied) – “Kom Iwanowitsj” (Russisch volkslied) – “Dans als de regen” (S. Rath) en “Het Muisje, De Aap en De Beer” (L. Goethals) en we behaalden verrassend de eerste prijs in de categorie gelijkstemmige jeugdkoren.

Een opname uit het prille begin: ‘De Beer’ © tekst: B. Aafjes © muziek: Luc Goethals

Het gevolg van dit succes liet zich raden: in de loop van het jaar was Discantus nog vijf keer te horen. 

Op 27 april werden we in het kader van het “Jaar van de Muziek” door Luc Delanghe gevraagd om op te treden tijdens een schoolconcert te Blankenberge.

Op 29 juni waren we op de middag, in uitgesteld relais van ons optreden te Brussel, te beluisteren op de toenmalige BRT3 in het programma “Koormuziek”.

Op 17 november namen we deel aan het “Vijfde Provinciaal Festival voor Jeugd- en Kinderkoren” te Harelbeke.

Op zaterdag 30 november organiseerden we ons eerste eigen “Jaarlijks Koorconcert” en dit in het Concertgebouw te Brugge. Het programma van dit concert vertoonde drie luiken. Eerst “Een reis doorheen de muziekgeschiedenis” met werk van o.a. Melchior Franck, Claudio Monteverde, Joseph Haydn en Herman Roelstraete. Dan “Herfstmijmeringen” met o.a. “Ik zing” van Stan Van Vaerenbergh en het wondermooie eenstemmige “Schrijf mijn naam niet” van Vic Nees. En tenslotte “Een reis rond de wereld in 12 liederen”.

We sloten het jaar af op 25 december met de opluistering van de Hoogmis van 10:00 uur in de abdij van Steenbrugge en dit samen met het Sint-Arnolduskoor en de organist Chris Dubois. In de loop van dat jaar stelde Discantus ook een volwaardig bestuur samen met als voorzitter mevr. De Poot-Allosery, als penningmeester dhr. Dupont en als secretaris dhr. Regoudt. Het aantal koorleden steeg boven de 40 uit, we wierven ereleden die de organisatie financieel steunden en we hadden het vermetele plan om op concertreis naar Hongarije te gaan… Het draaide echter een heel klein stukje anders uit.

6. Concerten (en vakantie) in het buitenland. 

Begin 1986 kwam de vraag om als gastheer op te treden voor het Amerikaanse “Cleveland Orchestra Chorus” o.l.v. Robert Page. Heel veel werk aan de winkel dus. Het werd een zeer interessante ervaring. Zo had dit koor zijn eigen voorgedrukte affiches mee waarop – in overigens puik Nederlands – het concert verkeerdelijk in het Concertgebouw was gesitueerd. Wij trokken de zaak recht en het (gratis) optreden in een gevulde Stadsschouwburg werd een groot succes. Robert leerde ons het belang van een zeer goed gearticuleerde uitspraak kennen en we ontdekten ook een keur van schitterende twintigste eeuwse Amerikaanse koormuziek.

Door tal van redenen viel de voorziene koorreis in uitwisseling met het Hongaarse koor uit Miscolc volledig in het water. De ontgoocheling bij de koorleden was enorm… tot Luc Pillen, vader van twee zangertjes (Bieke en Maaike) én eersteklas organisator, met een prachtig alternatief op de proppen kwam: het koor werd van 16 tot 24 juli voor een zacht prijsje een vakantie aangeboden in het “Hotel Terrace” te Engelberg (Zwitserland). De enige voorwaarde was dat we twee optredens dienden te verzorgen. En of we toehapten! Het werd een memorabele reis met een **** sterren hotel en dito eten.

Ik herinner mij het ijskoude openluchtzwembad, het treintje vanuit het centrum en het optreden in de “catacomben” van het hotel voor meer dan 300 man. Mevrouw De Poot zong er als voorprogramma voor het eerst (en voor het laatst) voor het koor.

Ik herinner mij de kabelbaan die meer dan 800 meter hoogte overbrugt naar Fürenalp: we begonnen spontaan te zingen in de gondel (weet je het nog Sylvie?) en we kregen er van een vriendelijke Duitser een biljet van 50 Zwitserse Franken in de pollen gestopt genoeg om voor iedereen een ijsje te kopen. Ik herinner mij eveneens mijn afgrijzen toen ik bovenkwam. Het eerste wat ik zag was een aantal meisjes die op de rand van een richel zaten om er doodgemoedereerd hun boterhammetjes te eten: hun benen bungelden gewoon over de afgrond. Ook de “wandeltocht” terug is onvergetelijk: ik heb er op het einde mijn mooie witte sportshort onuitwisbaar groen “gesloren”.

En dan het “zwemmen” in het meertje (met het eilandje) of het zingen op de kiosk in het Kuhrpark en tijdens het Zwitserse boerenbuffet aan de barokke abdij. Ik herinner mij de voettocht naar de Risti (1600 meter hoog) waarbij de gondels van de kabelbaan rakelings boven onze hoofden scheerden. . . Sjonge, sjonge, ik krijg een warm gevoel bij al die herinneringen.

Het rijk gevulde koorjaar werd afgesloten met op uitnodiging van het fonds “Julien Roussel” een optreden (24 oktober) in ‘t Keerske  én de organisatie van ons “Jaarlijks Koorconcert” (18 december) in de lokalen van de toenmalige BBL (later ING en nu Fnac) op de Markt te Brugge.

7. Amerika, Canada en Denemarken op bezoek

Het jaar daarop – 1987 – zou het jaar van de buitenlandse koren worden: er kwamen er niet minder dan drie bij ons op bezoek.

Eerst ontvingen we tussen 19 en 21 mei het “University of Virginia Choir”. We organiseerden voor hen een concert op het binnenplein van het Zilverpand. De jongens van dit koor hadden jammer genoeg ons Belgisch bier ontdekt; niet dat ze slecht zongen, maar de discipline was duidelijk vèr te zoeken…

Nadien kwam van 26 tot 29 juni het Canadese “The Amabile Youth Singers” (AYS) op bezoek. Van dit uiterst kwaliteitsvol meisjeskoor o.l.v. John Barron (bijgestaan door Brenda Zadorsky) werden de leden en volwassen begeleiders bij de koorleden te slapen gelegd. Ik was gastheer voor John met vrouw en kind. Deze dochter (±6 jaar) van wie ik me de naam niet herinner, liep de hele dag met een walkman aan de oren. (Voor de jongere lezer: de voorloper van de iPod, iPhone en dergelijke) Toen ik vroeg of ik ook eens mocht luisteren, bleek zij muziek van Andrew Loyd Webber op te hebben staan: “Cats”. Ik kende deze musical toen nog niet, maar het bleek schitterende muziek te zijn waarvan ik vroeg of laat zeker enkele nummers aan de Discanters zou willen voorschotelen. . .

We organiseerden voor de AYS op 27 juni een overigens uiterst geslaagd concert in de Sint-Walburgakerk. Discantus zong als afsluiter samen met hen het bekende “Le temps de vivre” van G. Moustaki evenals “A la claire fontaine”.  Ook de opluistering van de mis in de kerk van Kristus Koning op 28 juni was een succes. Er ontstonden tijdens die julidagen niet alleen hele mooie vriendschappen maar ook werden de zaadjes van twee belangrijke gebeurtenissen voor Discantus geplant: later hier meer over.

Voor het derde koor dat we dat jaar ontvingen, het “Jysk Akademisk Kor” uit Denemarken, organiseerden we op 21 oktober een gesmaakt optreden in de kerk te Sint-Andries.

De drukte hield aan: op 11 november verzorgde Discantus de mis van Allerheiligen in de kerk van Kristus Koning, op 13 november werd een diner-concert in de Normaalschool te Brugge opgeluisterd, op 17 december zongen we in de kapel van de Sint-Lucaskliniek te Assebroek, waarbij de mis intern werd uitgezonden naar alle kamers, en op 18 december tenslotte organiseerden we ons tweede kerstconcert in de kerk van Nieuwmunster. Een kort maar duidend artikeltje in het Brugsch Handelsblad van 24 december 1987 schetst de reacties van het publiek:

“Kleine landelijke gemeenten krijgen slechts zelden de gelegenheid met kwalitatief hoogstaande kulturele manifestaties uit te pakken. In het grote aanbod (…) was het optreden van het Trio Ter Duinen samen met het Jeugdkoor Discantus in het stemmig landelijke kerkje (…) daarom ook markant. Het koor geleid door Luc Goethals en de musici Carien Verhenneman, Patrick Beuckels, Luc Schaeverbeke aangevuld met Piet Stryckers (resp. klavecimbel, traverso, tenor en viola da gamba) vertolkten een sfeervol en afwisselend programma terwijl het publiek (een volle kerk) warm reageerde (…)

In het totaal werkten we dat jaar dus zeven optredens af. Het koor was klaar voor…

8. De grote sprong voorwaarts.

Eind 1987 waren wij bovenop de zeer drukke agenda van het koor ook zeer hard bezig met de voorbereidingen van ons “Jaarlijks Koorconcert” dat op 7 februari 1988 in de Stadsschouwburg zou plaatsvinden. Twee ogenschijnlijk volledig van elkaar losstaande persoonlijke ervaringen zouden dit concert en daardoor ook onrechtstreeks de geschiedenis van Discantus, zeer sterk beïnvloeden.

Herinner je je het verhaal van de dochter van de dirigent van de “The Amabile Youth Singers”? Die liep dus hele dagen met “Cats” aan haar oren. Van John kreeg ik in augustus vanuit Canada een originele partituur van deze musical toegestuurd met een medley in een arrangement voor jeugdkoor. We waren er in september onmiddellijk aan begonnen en allen waren laaiend enthousiast. Prachtige muziek, compleet anders dan wat we tot nu toe hadden gezongen en vernieuwend tot en met voor wat betreft het wereldje van de jeugdkoren in Vlaanderen. We hoopten dan ook om dit werk op ons jaarlijks concert uit te kunnen voeren. Om dit te kunnen drong zich echter een professionele begeleiding op. . .

Daarnaast nam mijn persoonlijk leven het jaar daarvoor een belangrijk keerpunt dat later een omwenteling zou blijken te zijn. Op 18 maart 1987 was namelijk het trio CD-Live geboren. Deze concertgroep met naast mezelf Jan Huylebroeck (synths) en Charles Van Houtte (digital drum) specialiseerde zich in optredens met synthesizers en computers. (Zie de pagina “Uitvoerend muzikant“). We traden als vaste Jeugd en Muziek groep veel op voor jongeren, maar ambieerden ook avondconcerten. Het “Jaarlijks Koorconcert” van Discantus zou in samenwerking met CD-Live gebeuren.

Discantus en CD-Live met als soliste Kristina Van Loo in de Stadsschouwburg Brugge

Deze samenwerking verliep dermate vlekkeloos dat het eindresultaat een grandioos succes werd. Het programma dat we voor een overigens uitverkochte Stadsschouwburg brachten, oogde dan ook niet mis. Het eerste deel was opgezet als een “klassiek” optreden waarbij de koorleden (in stijlvol uniform) op de ‘gebruikelijke’ wijze optraden met werk van o.a. M. Praetorius, H. Purcell en H. Roelstrate.

Het tweede deel was helemaal voor rekening van CD-Live en werd uitgesplitst in twee subdelen. Eerst een optreden van Jan Huylebroeck als solist in een erg eigenzinnige adaptatie van M. Moussorgsky’s bekende ‘Schilderijententoonstelling’ en nadien het Trio met eigen werk. 

In het derde deel maakte Discantus een in die tijd gedurfde transformatie door. De koorleden kwamen op in jeans en losse veelkleurige T-shirts om begeleid door CD-Live een wervelende show te presenteren: de uitvoering van de eerder vermelde medley uit “Cats” van A.L. Webber. De zaal reageerde met een overdonderend enthousiasme en een staande ovatie. De recensies logen er niet om.

De finale van het concert met “Skimbleshanks The Railway Cat” © A.L. Webber [Bootleg (?) : Stadsschouwburg Brugge 07/02/1988]

“Discantus en CD-Live: enthousiasme op niveau” (…) het eerste wat bij het koor opviel was de levendigheid én het enthousiasme van de jonge koorleden: hier geen stijf akademisch koorzingen, wel een muziekbeleven waarvan de musiceervreugde afstraalde, ook in ingetogen werk (…) en (…) die de feilloze muziekuitvoering optilden tot de sfeer van de échte musical (…) waarmee we willen zeggen dat de zangertjes en CD-Live het peil haalden dat we van de Londense podiums gewoon zijn. (Brugsch Handelsblad)

“Jeugdkoor Discantus haalt breed volume” (…) Ik was erg onder de indruk van de spontane kwaliteit van de frazering en het brede volume dat dit jeugdkoor blijkbaar moeiteloos ontwikkelde. De fragmenten “Jellicle Cats”, “Mr. Mistoffelees”, “Macavity the mystery Cat” en “Shimbleshanks: the railway Cat” getuigden van een zeer hoog niveau en dirigent Luc Goethals mag terecht trots zijn op de boeiende en vaak ontroerend zuivere prestatie van zijn jeugdkoor (…) (Nieuwsblad van 9 februari).

Het optreden had blijkbaar vele harten beroerd, want we kregen kort daarop een voorstel om deze formule nog eens over te doen maar dan tijdens de zomervakantie. Het zou een optreden in openlucht worden op de binnenkoer van de Halletoren. De vraag doorkruiste wel ei zo na onze grootse plannen: een tweede buitenlandse reis naar London, nee niet Engeland maar wel London Ontario, in Canada!

Naar Canada

De voorbereiding op deze gedurfde eerste intercontinentale reis nam heel wat energie en tijd in beslag. Het bestuur vergaderde wekelijks en er werd een organisator gezocht en gevonden (reisagentschap Wasteels). De plannen kregen meer en meer vorm en we vonden ook een (lekkere) financiële oplossing om de kas te spijzen zodat iedereen mee op reis zou kunnen gaan. Niet alleen was het concert in de Stadsschouwburg financieel erg lucratief geweest, maar ook de eerste Discantus-koekenverkoop die door mevrouw De Poot werd georganiseerd, was een enorm succes. Zij wist namelijk via-via van een Izegemse grootbakker die lekkere confituur- en frangipane taart kon leveren. De garage van Josephine bleek te klein voor de overvloed aan dozen: de bankrekening van onze vereniging werd aardig gespekt.

Vooraleer af te reizen, hadden we nog een optreden in het Stadhuis te Damme waar we de jaarlijkse uitreiking van de Jacob van Maerlantprijs opluisterden (28 mei), maar uiteindelijk zagen we op maandag 11 juli (nota bene de verjaardag van de koormeter) om 14:20 uur met vlucht NX300 de Belgische bodem onder ons wegzakken en vlogen we met een hart vol muziek de westelijke einder tegemoet.

Wat een avontuur! Onvergetelijke indrukken! Schitterende emoties! Stel je even voor: amper 5 jaar voordien zongen we ons eerste concert in de Orgelzaal van het Conservatorium terwijl we nu met 40 koorleden tienduizend meter boven de oceaan hingen!

Om 16:00 uur plaatselijke tijd lag Mirabel Airport (Montreal) onder ons te blinken. We werden er na de landing opgewacht door een verantwoordelijke van Trans Pacific Tours (TPT) die ons naar het Ramada Inn Downtown Hotel (Nu Days Inn geworden) begeleidde.

De tweede dag leerden we na de check-out de buschauffeur kennen die ons tot London zou rijden. Hij verzorgde een sightseeing tour door Vieux-Montreal en een trip naar de Mount Royal. Na een lunch in “Le Fripon” reden we naar Ottawa om er in de Venture Inn te overnachten.

Op dag 3 bezochten we Ottawa met o.a. het Parlement en reden we langs de oevers van Lake Ontario naar Kingston waar we met uitzicht op het meer lunchten in de Holiday Inn. Nadien reden we via Oshawa en Toronto verder naar Niagara Falls om er omstreeks 17:00 uur aan het Park Hotel (nu Comfort Inn) aan te komen. 

Die avond hadden we dinner op de Minolta Tower. Allen de lift in om hoog boven alles uit met zicht op de “Falls” in een traag ronddraaiend restaurant volgende zaken achter de kiezen te slaan: “Soup of the day”, “Chef’s Salad”, “Choice of Steak, Fish or Chicken”, “Dessert”, “Coffee/tea”. Ik koos voor de  kip en wat kwam er voor mijn neus te staan? Het léék een bord met sla, een kippenbil en gebakken aardappeltjes. Het bléék een bord met sla, gemalen kip in een kippenbilvorm geperst en aardappelpuree in de vorm van aardappelen geperst. Gelukkig was mijn sla echt en niet geperst.

Wat een dirigent lijden kan …

Op dag 4 hadden we ‘s morgens vrij om de Niagara Falls te bezoeken en die zijn écht wel indrukwekkend. In de namiddag vertrokken we dan met de bus naar London, maar eerst maakten we nog “a tour” langs Table Rock, de Floral Clock en de Whirlpool Rapide. 

Omstreeks 14:30 kwamen we na meer dan 200 kilometer rijden op onze bestemming te London aan: de kerk op de hoek van de Colborni Street met de Piccadily Street (!) Daar stonden de gastouders ons op te wachten. 

Na het toewijzen aan de verschillende gastgezinnen reden we dezelfde dag nog maar eens 60 kilometer naar Stratford (not-on-Avon) om er in het Festival Theatre de live-uitvoering van “My Fair Lady” bij te wonen. Eerlijk gezegd kon ik er met moeite mijn ogen open houden en dit had echt helemaal niets met de kwaliteit van de uitvoering te maken: ik was gewoon afgemat. Als je het schema van die dag doorneemt, zie je inderdaad dat de terugkomst in London (Colborne St. United Church) voorzien was om… 24 uur. Snap je?

Op dag 5 (vrijdag 15 juli) hadden we van 14:00 tot 17:00 uur repetitie in de kerk, waarna we met de bus naar Delhi trokken om er in de Belgian Hall ons eerste concert te geven. De accomodatie was niet direct je dat, maar de warmte van de ontvangst en de reacties op ons optreden waren schitterend. Niet verwonderlijk als je weet dat heel wat toehoorders uit het publiek hun roots in België hebben. “Thuiskomst” omstreeks 23:00 uur…

Op dag 6 hadden we in de namiddag tussen 14:00 en 17:00 uur een generale repetitie voor ons concert van die avond. Dat optreden ging door in de “United Church” (Colborne Street) voor een publiek van kenners en werd opnieuw een succes. Getuige hiervan een artikel uit een lokaal dagblad van 18 juli:

“Belgian choir shines in reunion concert”. (…) a delightful program in Colborne Street United Church (…) Singing with a straight, white tone entirely from memory, often unaccompanied and in 11 different languages, the ensemble showed both good dicipline and great spirit (…) The London Gree Press

Hierbij een “collage” van enkele stukjes uit dit concert. De opname werd gemaakt door J. Barron met een cassettespeler: 1: Audite Silete (M. Praetorius), 2: “Si vous m’aimez” (C. de Sermisy), 3: “Komt Vrienden” (Volkslied).

Uittreksels van het concert te London [Ontario – Canada]

De dag nadien – een zondag – was voorbehouden om met de gastfamilies de stad en streek te ontdekken. Sommigen gingen zwemmen, anderen bezochten een Shopping Mall (immens!) kortom er werd verbroederd en verzusterd en er werd Canadese sfeer gesnoven.

De laatste dag te London werd gebruikt om het concert dat we bij thuiskomst in de Halletoren moesten verzorgen, voor te bereiden en op dag 8 vertrokken we omstreeks 08:00 uur – vele warme traantjes (en gebroken hartjes?) achterlatend – terug naar Montreal. Daar kwamen we omstreeks 18:00 uur aan om er in hetzelfde hotel als op de eerste dag (Ramada Inn) te overnachten. Die avond wandelden we in groep naar het daar zeer bekende “Chez la Mère Tucker” om er de reis in schoonheid af te sluiten met een echt “dinner”. De volgende morgen verlieten we Canada met een hart vol prachtige herinneringen en een “bagage” die een veel grotere rijkdom bevatte dan hemden en rokken.

Ter afsluiting nog 1 van de talrijke anekdoten die deze reis in het collectief koorgeheugen achterliet.

Tijdens een moment van relatieve rust in de lobby van het Ramada hotel te Montreal, werd ik mij bewust van een enerverend belsignaal. Mijn oren en intuïtie volgend, kwam ik bij de lift uit: er waren blijkbaar problemen. Ik klopte op de liftdeur en hoorde gedempte stemmen die om hulp riepen. Het bleek een groep van “de onze” te zijn: ze zaten vast. Ik stelde hen gerust en verzekerde hen dat ik een verantwoordelijke zou verwittigen. De man van de check-in liet kribbig verstaan dat hij het nodige zou doen. Toen er na een kwartier nog niets leek te gebeuren, drong ik aan. Hij blafte me toe dat ze het maar moesten weten, dat ze blijkbaar met veel te veel in de lift waren gestapt en dat hij niet van plan was om zich in het zweet te werken. Het duurde meer dan een half uur voor de Discantussers werden bevrijd. Ze zaten wel degelijk met veel te veel in de krappe ruimte. 

Amper twee dagen na onze thuiskomst uit Canada, hadden we (op 23 juli) reeds een optreden. We brachten met groot succes op de binnenplaats van het Belfort een afgeslankte versie van het concert van 7 februari (medley uit “Cats” in samenwerking met CD-Live).

De koorreis naar Canada kreeg een positieve evaluatie. Het bestuur bleek in staat om moeilijke organisatorische opdrachten tot een goed einde te brengen. Het groepsgevoel in het koor was nooit sterker geweest en de kwaliteit van de optredens verhoogde bij elke uitvoering. Tenslotte was de uitstraling van Discantus onmiskenbaar vergroot: we werden dan ook steeds bekender en dus meer en meer gevraagd. Het nieuwe schooljaar werd op 3 september meteen ingezet met de opluistering van de huwelijksmis van een zus van een koorlid in ‘t Schuurke te Sint-Kruis en op 27 oktober werkten we mee aan het Provinciaal Koortreffen in De Panne.

9. Staande ovatie en bis-geroep.

Discantus leek zich op 6 jaar tijd overtuigend op de koorkaart te hebben geplaatst maar of we het aan dit tempo en op dit niveau konden blijven uithouden was niet meteen duidelijk. Het koor slorpte al mijn vrije tijd op en vroeg steeds meer inzet van iedereen. De mogelijkheden tot verdere ontplooiing en uitgroeien waren aanwezig. Echter, het jeugdig enthousiasme zou tegelijkertijd de sterkte en de zwakte van de groep vormen: er was voortdurend vernieuwing zodat rust en bezinning moeilijk deel konden krijgen. Een koor dat zijn beste krachten letterlijk ziet afscheid nemen op het hoogtepunt van hun kunnen, bloedt. Vers bloed moest steeds sneller meedraaien in een steeds sterker repertoire. Voorlopig maakte ik mij hierin echter geen zorgen.

De volgende twee schooljaren (88/89 en 89/90) werden vooral gebruikt om een en ander te consolideren. We hadden op 3 maart 1989 een optreden in het Psychiatrisch instituut Sint Amandus te Beernem, ontvingen een paar weken later (van 21 tot 23 maart) het Amerikaans koor de “Rye Country Day School Chamber Singers” waarvoor we in de Ryelandtzaal op 22 maart een concert organiseerden en zongen op 20 mei van datzelfde jaar tijdens een Lentefeest in de Stadsschouwburg te Brugge.

Discantus werd ook gevraagd om op 23 september 1989 het “Staines Memorial Gala Dinner” van Jaycees België op te luisteren. Hiervoor schreef ik een gelegenheidscompositie. Het memorabele optreden in het Boudewijnpark zou de weg openen naar onze eerste CD.

Optreden in het Boudewijnpark te Brugge voor Jaycees België

(…) toen we opkwamen, zat de grote Oberbayernzaal stampvol tafelende mensen, ik denk dat ze net aan het dessert toe waren. Wij stonden er in klassieke outfit. Eerst werden er een aantal personen van JCI gelauwerd waarna wij zouden afsluiten met de nieuwe Jaycees-song. Er was, hoe kon het anders, na de lange toespraken nogal wat geroezemoes. De eerste tonen weerklonken a-capella en op “A” (zonder tekst dus). Het werk vervolgt dan met een eenvoudige kabbelende pianobegeleiding. Het werd stiller in de zaal. Bij de aanhef van de slagzin: “Jaycees are making it happen” werd het muisstil in de zaal. De aanzwellende muziek die uiteindelijk uitbarst in een jubelend vierstemmig repetitief spervuur van deze slogan en afsluit met een krachtige unisono “Jaycees!”, hypnotiseerde de toehoorders. Ze rezen in golven uit hun stoelen op om met een staande ovatie en onophoudelijk bis-geroep hun enthousiasme te uiten. Het applaus bleef maar duren zodat we ons verplicht zagen het werk  nogmaals te brengen (…)

“Make It Happen” met Discantus begeleid door het Orkest van het SCB o.l.v. Dirk Lippens. © en auteursrechten: L. Goethals

Op 22 december 1989 organiseerden we een kerstconcert in de stemmige Potteriekerk te Brugge. Dit concert was voor mij hèt bewijs van Discantus’ kunnen. We brachten er – samen met het Trio Ter Duinen – een ijzersterk programma met o.a. “Wie der Hirsh schreiet” van H. Distler en het “Adventi enek” van Z. Kodaly.

De rest van het schooljaar werd gebruikt om ons op het “Jaarlijks Koorconcert” voor te bereiden dat op 13 mei 1990 in de Stadsschouwburg zou doorgaan. Het werd een matinee-concert in samenwerking met de orkestklas van het Stedelijk Conservatorium. Dit orkest stond onder leiding van Dirk Lippens. Het werd met andere worden onze eerste ervaring met een symfonisch orkest.

Het verslag van de bestuursvergadering van 28 december 1989 meldt het volgende:

(…) aanwezigen: voorzitster mevr. De Poot-Allosery, penningmeester mevr. Kindt-Decraene, secretaris dhr. Dochy, dirigent dhr. Goethals en voor de orkestklas dhr. D. Lippens en juff. M. De Keyser. (…) Contacten en procedures: de heer Goethals licht de heer Directeur Carron in – nadien richt J.D. in naam van de inrichters een schrijven aan College v. Burg. en Schepenen om: vrij gebruik van de schouwburg, logistieke voorzieningen zoals akoestische wand, extra podium, concertpiano, geluidsversterking (…) Kledij: eerste deel : (klassiek) : J.D. : uniform, orkest: wit hemd (bloes) – open kraag (…) tweede deel (modern) : losse kledij voor beide groepen (…) de vergadering eindigt om 21.45 uur (…).

Het concert werd ook in de pers aangekondigd in een artikel van een halve pagina met als titel: “jeugdkoor Discantus is Brugs buitenbeentje”. Dit artikel eindigt als volgt: “(…) Misschien is de eerstvolgende stap een concert samen met een rock-groep?” (…)”

Uit het programma van 13-05-90: 

Deel 1 Discantus zingt alleen (ondertitel: Lente en liefde) met o.a. “Bonjour mon coeur” van Orlando di Lasso en “No though I shrink still” van Thomas Weelkens. 

Deel 2 Het orkest speelt alleen met o.a. “Concerto voor viool en orkest op 35” van Rieding en “Song for Technology” van Luc Goethals. 

Deel 3 Discantus zingt begeleid door het orkest met o.a. “The turtle dove” van R.Vaughan Williams, “Make it Happen” en het “Koorlied”. 

Uiteindelijk werd ook dit optreden een groot succes en dit niet alleen door de grote opkomst en de kwaliteit van de uitvoering, maar ook op financieel gebied: we hielden er na aftrek van de kosten (o.a. uitbetaling van het orkest) meer dan 42000 bef (± 1040 euro) aan over. Dit geld hadden we samen met dat van een nieuwe koekenaktie die 80000 bef (± 2000 euro) opbracht, broodnodig want… Discantus zou tijdens de komende zomer naar het nec-plus-ultra voor musici trekken: het Oostenrijkse Salzburg!