Lesgever

Het gaat er voor alles om de leerling liefde en interesse voor de stof bij te brengen, anders maak je hem alleen maar tot een ezel die boeken torst. Met zweepslagen bereik je slechts dat hij een zak vol kennis opslaat.

Michel de Montaigne

Klas solfège Academie Knokke-Heist 1978

Les geven was/is een passie.

Een samenleving die te weinig aandacht heeft voor een degelijk onafhankelijk en pluralistisch (kunst)onderwijs gaat volgens mij uiteindelijk ten onder.


De ‘Hoogpoort’ in Gent. Het is eind september 1975 en ik sta voor de ingang van het Koninklijk Conservatorium. Uit de ramen boven mij stroomt muziek: een zalige potpourri van verschillende instrumenten! Studenten die aan het oefenen zijn. Vanaf vandaag ben ik één van hen. Maar ik sta er niet omdat ik een ‘Eerste Prijs’ instrument wil behalen en een carrière als solist wil uitbouwen. Ik sta er omdat ik enorm graag muziekleraar wil worden: dát was het doel van mijn studies.

Opleiding

De droom van heel wat medestudenten was net andersom: hun doel was een solocarrière als pianist, violist, zanger… Maar dan gold de wet van de sterkste. Je studeerde eerst aan een academie en als je daar na het doorlopen van alle jaren en graden tot de top behoorde, kon je er aan denken om naar een Koninklijk Conservatorium te gaan (Antwerpen, Brussel, Gent) of het Lemmensinstituut. Je kwam daar echter al snel tot de ontnuchterende vaststelling dat je terug bij de basis behoorde. Want in die Conservatoria verzamelde het ‘kruim’ van de muzikanten. Ze waren – net zoals jij – in de academies ‘uitgezeefd’. En je ondervond al snel dat de weg naar de gevierde solist, met concerten in binnen- en buitenland, lang, moeilijk en soms onverbiddelijk zou worden. Een afvallingskoers als het ware. Niet ‘goed’ genoeg voor solist? Dirigent! Ook niet. Componist? Niet voor iedereen weggelegd! Dan maar ‘tuttist’ in een orkest zeker? Te weinig orkesten? Tja… ik moet toch ergens van leven?

Het lijkt een harde analyse, maar het waterval-systeem werkte ook toen reeds onverbiddelijk. Ik mag niet veralgemenen, maar les geven was voor de meeste collega’s gewoon levensnoodzakelijk, niet altijd een doel op zich. Je studeerde af en als je geen job vond als uitvoerend muzikant ging je les geven, of je nam het er bij. Zo was dat. En een grondige opleiding tot leraar zat er tot het begin van de jaren zeventig niet echt in. Didactiek? Pedagogie? Lesvoorbereidingen? Stages in het onderwijs? Dat begon men toen pas echt uit te bouwen. Met – het mag gezegd – een team van zeer gedreven leraars, eigenlijk meer ontdekkingsreizigers. En ook al meen ik te weten dat er op dat gebied nog heel wat ‘gaten’ te vullen zijn – ik schrijf dit in 2020 – en er zich zelfs restauraties opdringen: “Het gaat vooruit, het gaat verbazend goed vooruit” om een bekende muzikant te parafraseren.

Maar ik had daar toen geen zicht op want ik smeet mij in mijn droom: leraar solfège worden (dat noemde men toen zo). En het lukte. Mede dank zij een gelukkig toeval: de oprichting van de zogenaamde “Nieuwe Structuur” (1 november 1975).

In die (gloed-)”Nieuwe Structuur” startten we met 5 studenten: 4 mannen en 1 vrouw, waardoor sommigen ons al snel ‘Les Six’ noemde (wiskunde was blijkbaar niet hun sterkste kant) naar het gelijknamig gezelschap jonge Franse componisten uit de jaren 1920. We volgden de volgende vakken: Solfège (dhr. J. Vanden Borre), Algemene Muziektheorie (dhr. N. Goddaer), Geschiedenis van de Westerse Muziek (dhr. Vandewielle / dhr. Maddens), Piano en begeleiding (juf. Van Maldeghem), Praktische harmonie (dhr. Vande Velde), Geschreven Harmonie (mevr. De Moor), Stemvorming (mevr. Vernaillen-Lafaut), Koordirectie (dhr. R. Leens / dhr. M. Scheck), Praktische oefeningen, Muziekanalyse (in het IPEM bij – écht – dhr. L. Goethals) en een verplicht tweede instrument (mijn keuze was altviool bij dhr. Van Waeyenberghe). En er was natuurlijk ook nog het vak Muziekpedagogie (dhr. Fr. Carlier) en didactiek. Voorwaar een heel pakket, zeker in vergelijking met de dames en heren van de “Oude Structuur”… Maar het was een brede opleiding en die zou later enorm van pas komen!

En zo behaalden we na 3 jaar hard werken in juni 1978 met grote onderscheiding (alle 5!) het diploma van de “Nieuwe structuur 1ste cyclus optie Muziektheorie”.

Sinds juni 1977 was ik ook de trotse houder van een “Eerste Prijs notenleer” in de zogenaamde oude structuur. Later kwamen daar nog het “Getuigschrift van de pedagogische leergang van de eerste (1979) en tweede (1980) cyclus optie notenleer” bij evenals een “Eerste Prijs Geschreven Harmonie” (1982 bij dhr. N. Goddaer). En ondertussen had ik via de Centrale Examencommissie (de zogenaamde ‘Middenjury’) ook nog het bekwaamheidsdiploma van “Leraar Muzikale Opvoeding” (1979) behaald.

Tot daar de opleiding.


Dagonderwijs
Van Brugge

Ik beleefde mijn ‘vuurdoop’ in het dagonderwijs. Met dank aan mijn voormalige lerares piano Carien Verhenneman. Haar moeder gaf les in de RMSII (Rijksmiddenschool) te Brugge en dacht aan afbouwen waardoor er een aantal uren vrij kwamen. Op 7 oktober 1977 ontving ik thuis een telex met de bevestiging van mijn aanstelling als leraar Muzikale Opvoeding in het VSO (1) + (2). Drie dagen later stond ik in de Hugo Losschaertstraat 5 voor de klas. Een mooie tijd en een uitstekende ervaring: de praktijk is en blijft de beste leerschool!

naar Knokke.

Het beperkt aantal uren (4) dat in de RMS ter beschikking was, genoodzaakte mij om uit te kijken naar andere scholen. Ik vond die in Knokke-Heist op voorspraak van Jacques Maertens (mijn oud-leraar solfège aan het Muziekconservatorium te Brugge). Door zijn tussenkomst kon ik er per 1 september 1979 in het St. Jozefsinstituut (Van Rysselberghestraat) beginnen. En ook al was ik met dat soort ‘dingen’ nooit bezig geweest: het was duidelijk een àndere zuil. De directrice van het lyceum stelde mij al snel in bedekte woorden voor een keuze: ze kon voor meer uren zorgen als ik ‘Brugge’ liet staan. Dan mocht ik ook in het Sint-Bernardusinstituut (Sportlaan) les geven. Doordat ik reeds 1 jaar in de muziekacademie van Knokke ‘stond’ (zie verder) was haar aanbod te mooi om te negeren: ik nam na 2 schooljaren ontslag aan de RMS II.


Avondonderwijs
Van Knokke

Ondertussen had ik van Jacques Maertens vanaf 1 september 1978 ook uren gekregen in de gloednieuwe Knokse Muziekschool (Seb. Nachtegaelestraat). Die was oorspronkelijk een bijafdeling van het Brugs Conservatorium maar werd vanaf 1977 onder impuls van Jacques een onafhankelijke Muziekschool. Zijn begeestering en enthousiasme overtuigden mij om er naast de cursus “Solfège” ook die van “Samenzang” voor mijn rekening te nemen. In die tijd werd dit “vak” in zeer weinig muziekscholen aangeboden. Enkel wie in het bezit was van een diploma “Nieuwe Structuur optie Muziektheorie” of een “Eerste Prijs Koordirectie” mocht Samenzang geven. Als “spin-off” van de cursus ontstond toen ook Rondinella (zie hiervoor de pagina’s koordirigent).

Het lijkt wat vreemd dat mijn carrière als leraar Notenleer te Knokke-Heist en niet te Brugge begon. Dat zit zo:

Toen ik na de proclamatie van de resultaten van mijn opleiding “Nieuwe structuur 1ste cyclus optie Muziektheorie” met een blij hart op de trein van Gent naar Brugge stapte, ‘botste’ ik op Jacques Maertens… Bij mijn thuiskomst kon ik niet alleen melden dat ik geslaagd was maar ook dat ik uren kreeg in de Muziekacademie te Knokke. Dat was dubbel goed nieuws want na het behalen van mijn “Eerste Prijs Notenleer” was ik bij mijn sollicitatie te Brugge door de toenmalige directeur Jules Bouquet “met een kluitje in het riet gestuurd”. Het klinkt hard maar blijkbaar had die man zijn redenen.

Ik voelde me meteen thuis in de Muziekschool. We hadden een kleine ploeg met grote goesting. De infrastructuur was oud maar de ideeën waren jong! Ik bleef er tot 30/06/1982 en blijf er met een vleug nostalgie en zeer veel voldoening op terug kijken.

naar Brugge.

Mijn werk als leraar solfège te Knokke bleef blijkbaar niet onopgemerkt. Ik werd gesolliciteerd door W. Carron die Jules Bouquet was opgevolgd als directeur van het Muziekconservatorium te Brugge. Ik begon er per 1 september 1981.

De daarop volgende 35 jaar die ik als leraar AMV en Koor (en later ook als Pedagogisch Coördinator, ICT-coördinator en Mentor) onder het stimulerend directeurschap van W. Deroo aan het Muziekconservatorium (nu SCB) mocht beleven, lijken als een compositie waar op de partituur “presto possibile” genoteerd staat: ze vlogen voorbij!

Ik heb ‘de job’ nooit als een ‘job’ ervaren. Daarvoor deed ik het te graag. Les geven was tegelijkertijd doen wat ik graag deed – musiceren – én doorgeven hoe je dit ook zélf kon leren. Daar kun je toch moeilijk niét enthousiast over zijn? Het schurkt aan bij een vorm van “spiritueel” klonen: “Zie eens hoe fantastisch ik het vind om dit te doen! Wil jij het ook kunnen? Ik toon je graag hoe dit kan!”

En ik voelde me niet alleen. We werkten als collega’s meer en meer samen. Eerst binnen het vak AMV, dan binnen de afdeling Muziek (wat later ‘vakoverschrijdend’ zou worden genoemd). Nog later ook met Woord én Dans. En tenslotte zelfs school-overstijgend; het SCB en het DKO (Afdeling Beeldende Kunst) met als summum de organisatie van een reeks schitterende “Kunstenbaden”, dit met en in het Concertgebouw. Hierin was Brugge weer eens een voortrekker.

De school groeide en bloeide. Je vond dit terug in de statistiek: het leerlingenaantal steeg jaar na jaar in alle afdelingen. Maar statistiek, dat zijn cijfertjes en grafieken op papier (of op een computerscherm). Veel belangrijker dan de cijfertjes was dat je ‘het’ ook ‘voelde’, dat er in en buiten de school een bedrijvigheid, een dynamiek ontstond die je goesting gaf om je nog beter in te zetten.

Een droomjob! Prachtige jaren!

Ik maak mezelf graag wijs dat ik geen last heb van afscheid nemen. Zeker niet als het mooi is geweest, schitterend zelfs. Er is een tijd van werken en er is een tijd van beschouwend rusten. Verwonderd kijken hoe een nieuwe generatie verder stapt op een pad waar je ook op liep, waar je hielp aan bouwen.

En de herinneringen aan mijn ‘job’ zullen zo lang ik gezond van geest mag blijven een glimlach op mijn gezicht blijven “toveren”. Wat kan ik nog meer wensen?


Fragment les AMV Lagere 2 te Sint-Andries (1998)

In het SCB hangt er boven de doorgang naar de Palmstraat een hele mooi quote van Béla Bartok:

“Wedstrijden zijn voor paarden, niet voor muzikanten”.

Iets meer prozaïsch klinkt het voor mij zo: “Probeer af te stappen van de drang naar competitie met de andere! Ga in competitie met jezelf.”


Missionaris

Wees (niet on)gerust: ik heb nooit de ambitie gehad om een religieuze carrière uit te bouwen. Het woord missionaris wordt hier in overdrachtelijke zin gebruikt 😉

Naast het verkopen van computers en (muziek)software (zie aldaar) zag ik het ook als een missie om het gebruik ervan te promoten in zowel het (muziek)onderwijs als bij (klassieke) musici. Ik werd handelsreiziger in wat anderen ‘futuristische dromen’ noemden.

Als lesgever en muzikant had ik het voordeel dat mijn zaakje goed voorbereid was. De opleiding didactiek en pedagogiek kwamen ook hier erg van pas. Mijn materiaal ging de wagen in en ik trok ´de boer op’. In wat volgt, licht ik twee van die ‘missies’ uit.

´De gewapende man´

Op 08 juni 1988 was ik te gast bij Julien Put in “De Gewapende Man“. Het werd een aangenaam gesprek over de zin en het nut van de synthesizer. Ook hier was ik dus onbewust aan het “onderwijzen”. Om je een idee te geven van de wijze waarop de uitzending liep, hierna een kort fragment:

De Gewapende Man met Julien Put (© BRT 1988) – muziek: “Mac World Tune” © Luc Goethals