Muzikant

“J’aime trop la musique pour en parler autrement qu’avec passion”

Claude Debussy

“Jubilee 15” Koninklijk Ballet Van Vlaanderen.

In de loop van mijn carrière hoorde ik regelmatig: ‘Je kunt als muzikant niet overleven, tenzij je les gaat geven”. Dat is ongetwijfeld zo voor de meeste muzikanten. Maar voor mij was het iets genuanceerder: “Een muzikant leeft niet van lesgeven alleen.”


Ik ben er zo aan gewend geraakt om een (concert)zaal via de artiesteningang binnen te gaan dat het vreemd blijft aanvoelen om de publieksingang te kiezen. En als ik dan als toeschouwer neerzit, blijft er een aan weemoed grenzende aantrekkingskracht uitgaan van het podium, de ‘coulissen’, de loges. Ik had de – volgens collega’s ‘rare’ – gewoonte om een half uur voor het openen van de deuren helemaal alleen op het podium te gaan. Zo nam ik op mijn rug liggend een intens sfeerbad in de zachte stilte van een zaal waarin wij straks muziek zouden laten klinken.

Het is onontbeerlijk: een muzikant heeft naast het lesgeven ook nood aan musiceren. Op het podium staan. ‘Spelen’. Zo’n mooi woord. Een publiek ‘begeesteren’. Ook zo’n mooi woord.


De koorzanger

Mijn eerste ervaring als uitvoerend musicus deed ik op bij Cantabile (Gent). Dit gemengd koor stond onder leiding van Jos Van den Borre: mijn leraar Solfège aan het Koninklijk Conservatorium Gent. Ik heb enorm veel te danken aan Jos. Lees hier meer over in het deel over mijn carrière als lesgever.

Cantabile was een prachtige leerschool. De leden van dit ‘amateurkoor‘ zetten mij – zonder dat ze het beseften – reeds vanaf de eerste repetitie met de beide voetjes op de grond. Men zong er zowaar 4-stemmig op zicht! Nieuwe partituren werden uitgedeeld en Jos zette zich aan de piano: doornemen met notennamen, wat bijschaven en daarna zo goed als mogelijk met tekst zingen! Er waren bijna nooit deelrepetities met de stemgroepen! Ik wist niet waar ik het had. Maar reeds na enkele repetities had ik het onder de knie. Ik paste deze wijze van repeteren later ook bij Discantus toe: meerstemmig met notennamen en snel naar de tekst toe gaan. En het hielp mij ook om op 1 been de verschillende horden doorheen de selectieproeven van de Middenjury te nemen.

Met Cantabile zong ik op vele podia in Vlaanderen. Ik vermeld 2 optredens. Op 16 augustus 1978 verzorgden de leden van Cantabile de koorpartij uit ‘Beatrice’ (André Messager) in de Gentse Opera. Ik stond er natuurlijk niet als non of engel maar als één van de vissers. Het tweede optreden – de datum heb ik niet genoteerd – was in de Singel te Antwerpen met de ‘Coronation Anthems (G. F. Händel). Ik raad de muziekliefhebber die dit werk nog niet kent aan om het openingsstuk ‘Zadok the Priest’ te beluisteren. De geniale wijze waarop Händel daar met het orkest een verwachting van iets Groots oproept, hoe dit zich dan ontwikkelt en hoe dit tenslotte open bloeit als het koor inzet, is onbeschrijfelijk! Het werk beluisteren is al overweldigend; zélf meezingen en je wordt de muziek.

Met Cantabile maakte ik 2 koorreizen. De eerste naar Sankt-Moritz in Zwitserland (1975). Daar mocht ik een week lang onder de leiding van o.a. Willi Gohl en Herman Roelstraete zingen.

Van links naar recht: Jos Van den Borre – [onbekend] – Herman Roelstraete – Johan Duyck en Ann [?] te Sank-Moritz

De tweede reis was naar Zuid-Afrika (1976). Het is moeilijk om de juiste woorden te vinden die deze ervaring accuraat beschrijven. Ze zou ook heel belangrijk blijken voor mijn opleiding als toekomstig koorleider: hoe organiseer je zoiets als bestuur, hoe ervaar je het als zanger? Ik leerde ook de enorme meerwaarde kennen van het verblijf van de zangers in gastgezinnen (i.p.v. op hotel). Het is een fantastische manier om intermenselijke contacten te bevorderen. Er ontstaan levenslange vriendschappen door. Naast de concerten bezochten we o.a. ook het ‘Voortrekkermonument’ in Pretoria en het schitterende National Park Kruger. Maar Zuid-Afrika was toen ook het land waar Apartheid leefde. We zagen met eigen ogen hoe dit ‘werkte’. We bezochten Soweto. Belangrijke leerscholen.

Al deze ervaringen zouden mij vormen tot dirigent. Véél meer dan de technische lessen die zich vooral concentreren op de wijze waarop je bv. een 9/8 slaat. Of hoe je je linkerhand onafhankelijk van je rechterhand dient te gebruiken. Of hoe je een 4-stemmige koorpartij leert reduceren op de piano. Ik weet het, ik weet het, dat is ook belangrijk. Maar men leerde mij niet om met mensen samen te ‘werken’, een bestuur uit te bouwen, een programma op te stellen, een concert te organiseren… Bij Cantabile zag ik het, ervaarde ik het en leerde ik het! Dankjewel Jos!


De dirigent

Voor mij is dirigeren van een koor (of een orkest) het ultieme musiceren. Hier is de mens het instrument. Over mijn carrière als koordirigent kun je meer te weten komen op een ander deel van deze site.


De toetsenist

Voor ik verder ga, mag het duidelijk zijn dat ik nooit een ‘Eerste Prijs Piano‘ behaalde. Noem me dus geen pianist. Dit is geen valse bescheidenheid en ik hoop dat de lezer mij gelooft. De opleiding tot professioneel pianist en bij uitbreiding tot die van om het even welke solist, valt niet te onderschatten! En het was ook niet het doel van mijn studies te Gent. Dit neemt niet weg dat de pianolessen die ik van Carien Verhenneman kreeg aan het Brugs Muziekconservatorium, een stevig fundament legden om meer dan behoorlijk met de piano te kunnen ‘omgaan’. Carien was de heerlijke en eerlijke leraar die aan de basis stond van mijn muziekcarrière, die in mij geloofde en die mij steunde.

En die carrière als uitvoerend muzikant, toetsenist, begon met een computer. Inderdaad, het ‘zielloze ding‘ zou niet alleen mijn carrière als zaakvoerder beïnvloeden, maar ook die van instrumentalist.

Even terzijde. Ook een trompet is een ‘zielloos ding’ als het ongebruikt op een kast stof ligt te vergaren. Robert Moog (de uitvinder van de eerste commerciële synthesizer) meende dat instrumenten een spiegel zijn van het technologisch kunnen van het tijdperk waarin ze werden gebouwd. Zo weerspiegelt een klavecimbel de kennis van bv. het houtbewerken, de aanmaak van verf, hars, draaiboren, schaven… en andere ‘hoogtechnologische machines’ uit de 17de eeuw. En veel belangrijker! Moog zei ook: “I was never worried that synthesizers would replace musicians. First of all, you have to be a musician in order to make music with a synthesizer.”

Terug naar die zielloze computer. Toen collega Jan Huylebroeck hoorde dat ik “er één had aangeschaft” vroeg hij of hij mocht langskomen met zijn Yamaha DX7 (een synthesizer). Van het één kwam het ander en eind 1986 werd CD-Live opgericht.

CD-Live

Het trio bestond uit Jan Huylebroeck (synthesizers, digitale percussie, eigen composities en arrangementen), Charles Van Houtte (digitale drums, percussie en klankontwerp) en natuurlijk ikzelf (synthesizers, computer en eigen composities). We stelden een programma samen dat voor scholen was bestemd. Dat had als doel om op een pedagogische onderbouwde en didactisch verantwoorde manier de mogelijkheden van elektronische instrumenten uit te leggen aan jong (en ook minder jong). Roland Instruments Benelux sprong op de kar voor een vruchtbare samenwerking. Die bleef tot aan het laatste concert doorgaan: met dank aan Vic Keersmaeckers.

Ons eerste concert ging door op 18 maart 1987 te Tienen en dit voor een publiek van zowat 120 mensen. Het concept bleek een schot in de roos! Om te kunnen voldoen aan de toenemende vraag om ook concerten buiten schoolverband te geven, werd al vlug een avondvullend programma uitgewerkt. Het werd de start van wat je een jarenlange concerttournee door Vlaanderen zou kunnen noemen: ons trio doorkruiste het land van De Panne tot Maaseik en van Tongeren tot Knokke-Heist. We speelden in de grootste zalen en de kleinste klasjes. We zeulden onze instrumenten verdiepingen hoog en we kleedden ons soms om in muffige kelders. We werden bijna altijd vol nieuwsgierige verwachting ontvangen maar zonder uitzondering zeer enthousiast uitgeleid.

De groep begon zich ondertussen steeds meer als begeleidingsorkest te profileren en Linda Lepomme van het KBVV (Koninklijk Ballet Van Vlaanderen) vroeg ons voor de kleine producties van de afdeling Musical. Vanaf toen traden we ook in Nederland op – met een zijsprong naar Engeland (Northampton) en Duitsland (Leer, Worms en Hanau). Ik nam deel aan de producties: “Broadway Baby” (1 en 2), “Holywood By Night” (1 en 2) “Je Anne” (1) en “Jubilee 15“.

De samenwerking met het KBVV had als ‘spin-off’ dat Kristien Coenen vanaf 1997 als vocaliste bij de groep kwam. Hierdoor werd CD-Live nog meer gevraagd en de optredens volgende elkaar in snel tempo op.

Voor de schoolconcerten in het kader van Jeugd en Muziek was het vroeg opstaan. We spraken dan bv. rond 06:15u af bij de Stopy in Gentbrugge want we wilden de files rond Antwerpen vermijden. We moesten ook minimum anderhalf uur voor het optreden op de concertplaats aankomen want we hadden meer dan 600 kg. materiaal uit te laden en op te stellen. Dan speelden we voor een meestal enthousiast publiek (ik noteerde over de jaren heen een totaal van + 142.000). Daarna ging alles terug de wagens in en (soms) reden we nog naar een andere stad of gemeente voor een volgend optreden.

CD-Live in het Casino te Knokke. Van links naar rechts: Jan Huylebroeck – Charles Van Houtte – Luc Goethals.

Voor de avondconcerten was het laat thuis komen (of vroeg, ’t is maar hoe je het ziet…). Na het concert werden we meestal vlug omringd door leergierige toehoorders die ons instrumentarium graag eens van dichtbij wilden zien. Het was hard maar zalig ‘werken’ in een sfeer van goede verstandhouding, collegialiteit, vriendschap, professionaliteit… We waren letterlijk op elkaar ingespeeld zodat we ons “zotternijen” konden “permitteren”. Eén blik, een hint en we waren mee. Een vonk van enthousiasme uit de zaal en we stegen boven ons kunnen uit.

Na 14 jaar en 851 concerten nam ik op 12 januari 2001 om persoonlijke redenen afscheid van CD-Live. De groep bleef concerteren tot 2005. Mijn goede herinneringen hebben geen einddatum.

Een kijkje op CD-Live tijdens een schoolconcert ergens in de jaren ’90. © Luc Goethals

Accident de parcours: waar of niet waar ?

‘De Nu Of Nooit Show’ (VTM 1989).

Luc P. de papa van 2 zangertjes bij Discantus, vroeg mij om het door hem geschreven lied ‘Het Alpenbokje‘ van een begeleiding te voorzien. Hij wilde het lied inzenden als onderdeel van zijn deelname aan de pre-selecties voor ‘De Nu Of Nooit Show’ een gloednieuwe talentenjacht-programma van VTM.

De speelse tekst sprak mij aan en ik ging dus graag in op zijn vraag. Het kwam toch een beetje als een verrassing dat L. doorheen alle selecties tot in de finale geraakt. Dus werd ik uitgenodigd voor de opnames in het Casino van Oostende.

Een hele dag en een héél gedoe! Oorspronkelijk werd van mij verwacht dat ik zou soundmixen. Op de scène zitten en gebaren dat ik synthesizer speelde terwijl de cassette-opname van de muziek ‘liep’. Dàt was vooraf niet afgesproken. Dan was men bij mij toch wel aan het verkeerde adres! Daarbij was het, al hadden de dames en heren van de organisatie dit blijkbaar niet door, ook onmogelijk! Luc zong namelijk een tekst met rijm dat het zaalpubliek moest aanvullen op zijn aangeven. Hoe kun je zoiets met een cassette ‘volgen‘? Er was heel wat ‘gepalaver’ nodig voor ‘ze’ dit inzagen. Live dus: blijkbaar zeer ongewoon in die middens en een bijkomende hoofdbreker voor de technici.

Na het nemen van de eerste horde werd het mij ook duidelijk dat ik niet in mijn gebruikelijk (donkere) pak zou mogen optreden maar dat ik mij moest verkleden! Er werd van mij verwacht dat ik een Lederhose zou aantrekken! Ook dàt was vooraf niet afgesproken! Maar de argumenten van Luc sneden hout: indien ik als Papageno was gekomen zou ik er als een pauw staan. Dus liet ik mij zuchtend tot Tiroler ombouwen en kweet ik mij voor de rest professioneel van mijn taak. Hoe begeleid je iemand die al zingend van het podium de zaal inspringt en het publiek (juist) laat rijmen op een tekst? En dit gekleed in een korte lederen broek en met een hoedje (met pluim!) op het hoofd?

Er bestaat beeldmateriaal van de uitzending. Ik vermoed dat zowel VTM als Luc P. bezwaar zullen maken om dit hier te tonen. Dit blijft dus een geschreven verhaal waarvan de lezer moet geloven dat het wel degelijk… waar is.